Het 'non bis in idem'-beginsel toegepast op de beslissingen van regulatoren: naar een definitief einde van de saga omtrent het 'per sender'-model van bpost?

Het geannoteerde arrest biedt een zeer interessante toepassing van het ‘non bis in idem’-beginsel. Voor het eerst wordt dit beginsel immers toegepast in het kader van een beroep tegen een beslissing van een nationale mededingingsautoriteit die een boete heeft opgelegd voor feiten die ook reeds door een nationale sectorregulator werden gesanctioneerd. Hierbij diende het hof van beroep te Brussel zich uit te spreken over de vraag of er in dergelijk geval rekening moet worden gehouden met de strikte rechtspraak van het Hof van Justitie in het kader van het Europees mededingingsrecht volgens dewelke de toepassing van het ‘non bis in idem’-beginsel afhankelijk is van de drievoudige voorwaarde dat de feiten, de overtreder en het beschermde rechtsgoed dezelfde zijn. Het hof van beroep beantwoorde deze vraag op negatieve wijze en vernietigde bijgevolg de beslissing van de mededingingsautoriteit omdat dezelfde feiten intussen aanleiding hadden gegeven tot een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde. Het geannoteerde arrest voedt dan ook de discussie omtrent de nood aan een meer doorgedreven vorm van coördinatie en samenwerking tussen de verschillende regulatoren in België.

Reference: 
Revue de Droit Commercial Belge - Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht 2017/8, p. 875-885
goback