& DE BANDT heeft onlangs met succes een stakingsvordering ingesteld namens de Algemene Belgische Schoonmaakunie (ABSU) bij de Voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Brussel.
In het kader van deze vordering argumenteerde ABSU dat de verwerende partij (een Waalse sociale economie onderneming) zich schuldig maakte aan oneerlijke marktpraktijken omdat zij meedong naar overheidsopdrachten met abnormaal lage prijzen die het gevolg waren van illegale staatssteun.
Het stakingsbevel van de Voorzitter van de Rechtbank van koophandel van 22 maart 2018 is op meerdere vlakken zeer interessant.
Vooreerst verklaart de Voorzitter zich bevoegd om het begrip staatssteun te interpreteren en toe te passen. In dat kader oordeelt de Voorzitter dat er ernstige, nauwkeurige en overeenstemmende vermoedens zijn dat de verwerende partij staatssteun ontvangt in de vorm van loonsubsidies, en dat deze staatssteun niet werd aangemeld bij de Europese Commissie.
Vervolgens oordeelt de Voorzitter dat het aanwenden van illegale staatsteun om overheidsopdrachten binnen te halen strijdig is met de eerlijke marktpraktijken.
Ten slotte kent de Voorzitter alle vorderingen van ABSU toe en beveelt hij aan de verwerende partij (i) om het neerleggen van offertes die ongerechtvaardigde abnormaal lage prijzen bevatten te staken, (ii) om geen offertes meer neer te leggen op basis van niet aangemelde en niet verenigbaar verklaarde staatssteun, en (iii) om twee lopende opdrachten stop te zetten, dit alles op straffe van dwangsommen.
Voor meer informatie over deze zaak of andere vragen betreffende oneerlijke marktpraktijken, kan u steeds contact opnemen met Peter Teerlinck en Raluca Gherghinaru.