Jeff Keustermans en Karel Janssens verschenen op 8 februari voor het Europees Hof van Justitie in een ‘landmark’ merkenzaak. De vraag die zich stelde was of ‘debranden’, d.i. het verwijderen van een merk, moet worden beschouwd als een ‘gebruik’ van een merk waartegen de merkhouder zich kan verzetten. Om de zaak nog ingewikkelder te maken, heeft de vraag bovendien specifiek betrekking op de situatie waarbij het debranden plaatsvindt in douane-entrepot en dus alvorens de (in Azië) aangekochte goederen daadwerkelijk worden ingevoerd in de Europese Unie.
De zaak werd uitvoerig gepleit voor het Hof, waarna de raadsheren en de Advocaat-Generaal een 15-tal vragen stelden aan de raadslieden van partijen en de Europese Commissie. Aan het einde van de zitting deelde de Advocaat-Generaal mee dat hij zijn conclusies zal neerleggen op 26 april 2018. Het antwoord van het Hof zal ongetwijfeld zowel juridische, economische als politieke gevolgen hebben.