Online tussenpersonen nemen een steeds prominentere plaats in binnen het handhavingskader van de IE-rechten en vormen in de praktijk vaak de meest aangewezen schakel om illegale online activiteiten snel en doeltreffend te beƫindigen. In deze bijdrage wordt door de auteurs de positie van online tussenpersonen nader onderzocht, waarbij het delicate evenwicht tussen enerzijds hun vrijstelling van aansprakelijkheid en anderzijds de toenemende verantwoordelijkheden die zij dragen in het kader van de bestrijding van online IE-inbreuken centraal staat.
Na een korte toelichting van het ruime begrip tussenpersoon in de verschillende regelgevingen, komt het vrijstellingsregime aan bod dat zijn oorsprong vindt in de Richtlijn Elektronische Handel. De rechtspraak van het Hof van Justitie verfijnde deze beginselen, die ook grotendeels werden overgenomen in de Digital Services Act. De DSM-richtlijn introduceerde daarnaast een specifiek aansprakelijkheidsregime voor aanbieders van onlinediensten voor het delen van content.
Vervolgens wordt nader ingegaan op de tegen tussenpersonen te nemen maatregelen op grond van de Handhavingsrichtlijn en wordt aandacht besteed aan de nieuwe kortgedingprocedure in Boek XVII WER. Deze procedure maakt snelle en dynamische blokkeringsmaatregelen mogelijk en kent een centrale rol toe aan de nieuwe Dienst voor de strijd tegen inbreuken op het auteursrecht en de naburige rechten op het internet en tegen de exploitatie van onwettige onlinekansspelen. Ten slotte wordt het gelaagd stelsel van zorgvuldigheidsverplichtingen besproken dat de Digital Services Act invoerde voor online tussenpersonen.