Het Hof van Justitie doet andermaal uitspraak over het plaatsen van hyperlinks

Nieuws type
Legal news

In het arrest Filmspeler van 26 april 2017 (C-527/15) besliste het Hof van Justitie dat mediaspelers waarmee men via streaming auteursrechtelijk beschermde werken kan bekijken op een televisiescherm zonder toestemming van de rechthebbenden, illegaal zijn. Op de mediaspelers waren meer bepaald add‑ons geïnstalleerd met links die de gebruiker doorverwezen naar streamingwebsites.

Mededeling aan het publiek

Het Hof oordeelt in de eerste plaats dat de verkoop van dergelijke mediaspelers een “mededeling aan het publiek” uitmaakt in de zin van de Infosoc Richtlijn (Richtlijn 2001/29/EG).

Het Hof herhaalt vooreerst haar rechtspraak inzake hyperlinks en benadrukt vervolgens dat het begrip “mededeling” slaat op het ter beschikking stellen van een werk zodat het rechtstreeks toegankelijk is voor het publiek. Volgens het Hof kan de verkoop van de mediaspelers in kwestie niet worden gekwalificeerd als een loutere beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten, aangezien de verkoper bewust add-ons installeerde die de kopers toegang verlenen tot beschermde werken zonder toestemming van de rechthebbenden. Deze installatie laat de kopers toe om rechtstreeks toegang te hebben tot die werken, hetgeen anders veel moeilijker zou zijn. De verkoop van een dergelijke speler is dus een “mededeling”.

Ten tweede bevestigt het Hof dat de beschermde werken werden meegedeeld aan een onbepaald aantal potentiële kijkers en een groot aantal personen, in de zin van een mededeling aan het “publiek”.

Ten slotte, wat betreft de vraag of de werken aan een “nieuw” publiek worden meegedeeld, stelt het Hof vast (i) dat de verkoper wel degelijk wist dat de vooraf op de speler geïnstalleerde add‑ons toegang boden tot werken die illegaal op internet zijn geplaatst en (ii) dat de mediaspelers werden verkocht met een winstoogmerk. Het Hof besluit dan ook dat de verkoop van dergelijke multimediaspelers wel degelijk een “mededeling aan het publiek” uitmaakt.

Geen uitzondering van tijdelijke reproductie

Het Hof oordeelt eveneens dat de tijdelijke reproductie op de mediaspeler van auteursrechtelijk beschermde werken via streaming en zonder de toestemming van de rechthebbenden, niet voldoet aan de voorwaarden van de uitzondering voor tijdelijke reproductiehandelingen.

Overeenkomstig artikel 5, §1, van de Infosoc Richtlijn is een reproductiehandeling slechts uitgesloten van het reproductierecht wanneer aan vijf voorwaarden is voldaan. Dit behelst onder meer (i) dat het procedé wordt toegepast met als enig doel om een rechtmatig gebruik van een werk mogelijk te maken, en (ii) dat de handeling geen zelfstandige economische waarde bezit.

Het Hof merkt evenwel op dat de mediaspeler in kwestie hoofdzakelijk aantrekkelijk is omdat de bewuste add‑ons hierop zijn geïnstalleerd. De koper krijgt op die manier opzettelijk en welbewust, gratis en zonder toestemming toegang tot beschermde werken.

Voorts meent het Hof dat de tijdelijke reproductiehandelingen van auteursrechtelijk beschermde werken op de mediaspeler afbreuk kunnen doen aan de normale exploitatie van dergelijke werken en de wettige belangen van de rechthebbenden kunnen schaden. Dit leidt namelijk tot een vermindering van legale transacties met betrekking tot hun beschermde werken.

Een gunstig arrest voor de rechthebbenden

Het Filmspeler-arrest is opnieuw een belangrijke uitspraak op auteursrechtelijk vlak en betekent goed nieuws voor de rechthebbenden. Het valt af te wachten of het Hof van Justitie deze trend doorzet. De volgende afspraak wordt wellicht de uitspraak in de zaak Ziggo, waarin de aansprakelijkheid van peer-to-peer websites zoals The Pirate Bay ter discussie staat (zaak C-610/15).