Op 12 juli 2018 is artikel 225 van Titel 9 van de "Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing" in werking getreden. Dit artikel houdt een belangrijke wijziging in van artikel 1734 van het Gerechtelijk Wetboek: de rechter kan nu beslissen om een bemiddelingsprocedure op te leggen. De partijen kunnen gezamenlijk weigeren om een bemiddeling aan te gaan, maar zodra één partij voor bemiddeling kiest, kan de rechter de bemiddeling opleggen.
Een andere belangrijke nieuwigheid van de wet van 18 juni 2018 is de invoeging van een achtste deel in het Gerechtelijk Wetboek, gewijd aan “Collaboratieve onderhandelingen”, een gebruikelijke en reeds (door de OBFG) erkende praktijk in familierecht, welke nu officieel door de wetgever voor elk type van conflict wordt erkend. De bepalingen hiervan worden van kracht op 1 januari 2019. Alleen collaboratieve advocaten die een speciale opleiding hebben gevolgd en die als zodanig zijn erkend, zullen collaboratieve onderhandelingen mogen voeren.
Voor meer informatie over deze Wet en de nieuwe bepalingen betreffende bemiddeling en Collaborative Law, kan u gerust contact opnemen met Astrid de Bandt.